24-6-2026, auteur: Rens Buijs
Voor het eerst mocht ik namens de Spaanse Evangelische Zending (SEZ) meegaan op reis naar Cuba. Samen met collega Elbert Verboom en bestuurslid Gerard van den Berg bezocht ik voorgangers, gemeenten en contacten die verbonden zijn aan het werk van de SEZ.
Niet eerst materiële hulp, maar Bijbels onderwijsTijdens deze reis werd ik diep geraakt door de geestelijke honger die er leeft onder voorgangers en gemeenten. De materiële nood is groot. Er is gebrek aan voedsel, medicijnen, brandstof en elektriciteit. Maar telkens weer merkten we dat voorgangers niet in de eerste plaats vroegen om materiële hulp. Wat zij vooral nodig hebben, is Bijbelse literatuur, onderwijs en toerusting.
Bijzondere ontmoeting in HavanaEen ontmoeting die veel indruk op mij maakte, was het bezoek aan ds. Juan Viñeta in Havana. Hij ontvangt al jarenlang literatuur via de Spaanse Evangelische Zending. In zijn eenvoudige woning vertelde hij hoe de Heere in zijn leven heeft gewerkt. Het werd een gesprek dat ik niet snel zal vergeten.
Nog voordat hij goed besefte wat er gebeurde, stortte het dak van het huis naar beneden.
Juan was in de jaren negentig een jonge voorganger van een pinkstergemeente. In 1998 maakte hij iets ingrijpends mee. Hij vertelde dat hij veertig dagen had gevast en gebeden. Hij verwachtte dat God iets bijzonders zou gaan doen. Maar wat er gebeurde, was totaal anders dan hij had gedacht.
Hij zat thuis met zijn zwangere vrouw, toen er plotseling stof en stukjes steen uit het plafond kwamen. Nog voordat hij goed besefte wat er gebeurde, stortte het dak van het huis naar beneden, boven op hem en zijn vrouw. Ze werden onder het puin vandaan gehaald en naar het ziekenhuis gebracht.
Juan begreep niet waarom dit gebeurde. Toch kon hij, midden in de verwarring en pijn, niet anders dan stamelen: “Dank U, Heere, dank U.” Later kwamen er mensen bij hem op bezoek die zeiden dat hij vast iets verkeerds had gedaan, anders zou hem dit niet zijn overkomen. Maar juist in die tijd gaf de Heere hem kracht uit Zijn Woord, in het bijzonder uit 1 Petrus 1:5-7:
“Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te
worden in den laatsten tijd. In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus.”Souvereiniteit van GodJuan vertelde dat hij ervan overtuigd raakte dat de Heere hem nieuwe lessen wilde leren. Hij zag dat de Heere het nodig vond om hem te verootmoedigen en te vormen. In diezelfde periode ontving hij het boek De soevereiniteit van God van A.W. Pink. Wat hij daarin las, werd werkelijkheid voor hem. De Heere leerde hem door genade lessen in vertrouwen, rusten en buigen onder Gods soevereiniteit.
Tijdens het gesprek benadrukte Juan steeds opnieuw de grote genade van God voor zondige mensen. Niet de mens staat centraal, maar Gods goedertierenheid en ontferming. Daarbij citeerde hij ook Klaagliederen 3:22:
“Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben.”Alles wat God doet, ook wanneer wij het niet begrijpen, heeft Zijn bedoeling. Bovenal gebruikt Hij alles om Zijn kinderen te leren leven uit genade alleen en tot eer van Zijn Naam.
Vanaf die tijd is Juan meer gaan lezen. De werken van schrijvers als John Owen en Calvijn kregen een belangrijke plaats in zijn leven. “Zij zijn de Bijbel niet,” zei hij, “maar ze hebben mij wel geholpen om het Evangelie beter te begrijpen.” Ook de gemeente die hij diende, veranderde onder invloed van deze geestelijke ontwikkeling meer op in reformatorische richting.
“Bij mij moet de Heere er nog zoveel afhalen.”
Tijdens het gesprek gebruikte Juan een beeld van Michelangelo. Toen aan Michelangelo gevraagd werd hoe hij zo’n mooi beeld kon maken, zou hij gezegd hebben: “Ik zie het beeld al in de steen. Het enige wat ik doe, is alles weghalen wat niet bij dat beeld hoort.” Juan paste dat op zichzelf toe: “Bij mij moet de Heere er nog zoveel afhalen.” Juan wees erop dat het werk van de Heilige Geest nodig is om ons steeds meer te leren wat er nog af moet in ons leven, tot in de kleinste details.
Liefdevolle gastvrijheidDe vrouw van Juan was heel bescheiden en bleef tijdens het gesprek op de achtergrond. Tegelijk was merkbaar hoe betrokken zij was. Dat viel mij vaker op tijdens deze reis: de liefdevolle, dienende en meelevende houding van verschillende vrouwen die wij ontmoetten. Vaak stonden zij niet op de voorgrond, maar hun betrokkenheid bij het werk van de Heere, bij hun gezin en bij de gemeente was duidelijk voelbaar.
Toen wij na ongeveer een uur wilden vertrekken, vertelde Juan dat zijn vrouw graag een eenvoudige maaltijd voor ons wilde klaarmaken. Dat konden wij natuurlijk niet weigeren. In korte tijd kregen we een heerlijke maaltijd aangeboden. Juist in die eenvoud proefden we iets van de hartelijkheid en gastvrijheid van de Cubaanse broeders en zusters.
Waarom goede lectuur zo nodig isDit bezoek liet mij opnieuw zien hoe belangrijk het is dat voorgangers en gemeenten in Cuba toegang hebben tot betrouwbare Bijbelse lectuur. Boeken vervangen de Bijbel niet. Maar goede lectuur kan wel helpen om Gods Woord dieper te verstaan, dwalingen te onderscheiden en het Evangelie van vrije genade helderder te leren kennen.
Juist in een land waar zoveel ontbreekt, blijkt hoe kostbaar het Woord van God is. De materiële nood in Cuba is groot. Maar de roep om Bijbels onderwijs, betrouwbare lectuur en geestelijke toerusting is minstens zo indringend. Daarom blijft de SEZ zich inzetten voor de verspreiding van Bijbels, boeken en cursussen in Cuba.